Voor
Reformatie en verdediging van Religie, de eer en het geluk van de Koning, en de vrede en veiligheid van de 3 koninkrijken van Schotland, Engeland en Ierland; overeengekomen door de vertegenwoordigers van het Parlement en de Synode van de Godsgeleerden in Engeland, met vertegenwoordigers van de Conventie van de Landschappen en de Algemene Synode van Scotland; goedgekeurd door de Algemene Synode van de Kerk van Schotland en door beide Huizen van het Parlement en Synode van de Godsgeleerden in Engeland, door hen aangenomen en onderschreven anno 1643; en daarna, door de genoemde Autoriteit, aangenomen en onderschreven door alle standen in Schotland en Engeland in hetzelfde jaar; Bevestigd door een besluit van het Parlement van Schotland anno 1644: en opnieuw vernieuwd in Schotland met een erkenning van zonden en het op zich nemen van plichten door alle standen anno 1648, en door het Parlement 1649; en aangenomen en onderschreven door Koning Karel II te Spey, 23 Juni 1650; en te Scoon, 1 Januari 1651.
Wij, Edelmannen, Baronnen, Ridders, Heren, Burgers, Afgevaardigden, Predikers van het Evangelie, en mensen van alle geledingen, in het Koninkrijk van Schotland, Engeland, en Ierland, bij de Voorzienigheid van God, levende onder Eén Koning, en behorende tot één gereformeerde religie, voor ogen hebbende de Eer van God, de Vooruitgang van het Koninkrijk van Onze Heer en Redder Jezus Christus, de Eer en Gelukzaligheid van de Majesteit van de Koning en Zijn nageslacht, de ware publieke vrijheid, veiligheid, en vrede in het koninkrijk, waarin ieders persoonlijke conditie is ingesloten: in herinnering brengende de verradelijke en bloedige complotten, samenzweringen, pogingen en praktijken van de vijanden van God tegen de ware religie en de belijders daarvan in al haar plaatsen, vooral in deze 3 Koninkrijken, vanaf de tijd van de reformatie van religie; en hoeveel hun razernij, macht, en aanmatiging recentelijk, en op dit moment, zijn vergroot en uigevoerd, waarvan de deplorabele staat van de kerk en koninkrijk van Ierland, de noodlijdende staat van de kerk en het koninkrijk van Engeland, en de gevaarlijke situatie van de kerk en de staat van Schotland, tegenwoordige en publieke getuigen zijn; Ten laatste hebben we nu, (na andere middelen van smeking, remonstranties, en protesten, en lijden) voor de handhaving van onszelf en onze religie van totale ruinering en verwoesting, volgens de aanbevelingswaardige praktijk van deze koninkrijken in vorige tijden, en naar het voorbeeld van Gods volk in andere landen, na weloverwogen afwegingen, besloten en zijn vastberaden om in een wederzijds en plechtig Verdrag en Verbond te treden, waarin wij allen onderschrijven, en ieder voor zichzelf, met onze handen opgeheven tot de Meest Hoge God, zweren,
En, omdat deze koninkrijken schuldig zijn aan vele zonden en provocaties tegen God, en Zijn Zoon Jezus Christus, welke té duidelijk zijn, door onze huidige noden en gevaren, welke de vruchten daarvan zijn; belijden en verklaren wij, voor God en de wereld, ons oprecht verlangen om vernedert te worden voor onze eigen zonden en voor de zonden van deze koninkrijken; met name, dat we niet hebben gewaardeerd, zoals we hadden moeten doen, het onschatbare voordeel van het Evangelie; dat we niet hebben gewerkt voor de zuiverheid en de kracht daarvan; en dat we ons niet hebben ingezet om Christus te ontvangen in onze harten, noch Hem waardig te wandelen in onze levens; welke de oorzaken zijn van andere zonden en overtredingen die onder ons overvloedig zijn; en onze ware en oprechte bedoeling, verlangen en streven, en alle andere macht en plicht, beide publiek en privé, in alle plichten die we verschuldig zijn aan God en onze naaste, om onze levens te verbeteren, en ieder de ander voortegaan in werkelijke reformatie; dat de Heere zijn toorn en zware verontwaardiging moge afwenden, en deze kerken en koninkrijken grondvest in waarheid en vrede.
En dit verbond maken we in de aanwezigheid van de Almachtige God, de doorgronder van alle harten, met een ware bedoeling dit zelve uit te voeren, als wij op die grote dag zullen verantwoorden, als de geheimen van alle harten openbaar zullen worden, in alle nederigheid, de Heere smekende, ons door de Heilige Geest hiertoe te sterken, en te zegenen onze verlangens en handelswijze, met zulks succes als moge zijn, verlossing en veiligheid voor zijn volk, en bemoediging voor andere christelijke kerken, zuchtende onder, of in gevaar van, het juk van antichristelijke tirannie, om in eenzelfde samenwerking en verbond te treden, tot eer van God, tot uitbreiding van het koninkrijk van Jezus Christus, en de vrede en rust van Christelijke koninkrijken en samenlevingen.